Latijnse naam: Chamaeleo hoenelii

Nederlandse naam: Helmkameleon, Jemenkameleon

Cites status: CITES B

Familie: Chamaeleonidae

Uiterlijk: De grondkleur is groen/bruin, en bij de mannetjes blauw/geel. Uiteraard kunnen deze dieren van kleur verschieten. Daar zijn het natuurlijk kameleons voor.  De dieren hebben een helm op de kop, en een uitsteeksel op de neus. De dieren hebben voeten die uit twee delen bestaan. De tenen zijn vrijwel samengegroeid tot één geheel.

Verspreidingsgebied: Kenia, Oeganda. Ze leven langs wegen, in tuinen, struiken en savannes, ook bewonen ze de bosranden.

Geslachtsonderscheid: Het mannetje wordt groter dan het vrouwtje, heeft een grotere helm op de kop en een groter uitsteeksel op de neus.

Maximale lengte: 25 cm

Huisvesting:

Plaats een terrarium van 150x40x40 cm voor een enkeling. Voor een paartje is meer ruimte nodig en zal het terrarium 180x60x60 cm moeten zijn. Zorg dat het terrarium goed geventileerd is. Deze dieren kunnen in de zomer ook in een buitenverblijf worden gehouden. Overdag moet de temperatuur rond de 26 graden zijn, en ’s nachts mag de temperatuur tot de 18 graden zakken.

Gedrag:

De kameleon jaagt met zijn lange kleverige tong, die even lang is als zijn lichaam. Wanneer kameleons gaan lopen wiegen ze als het ware mee op de wind, hierdoor vallen ze nog minder op (door de kleuren zijn ze al bijna niet te zien) en vallen ze niet snel ten prooi aan roofdieren. Wanneer twee kameleons in één terrarium worden geplaatst is de kans op stress erg groot. Wanneer twee kameleons elkaar tegenkomen in de natuur, moet één van de twee zich afwenden en een andere kant opgaan. In een terrarium wordt dit natuurlijke gedrag verstoord, en als de twee kameleons elkaar niet mogen is het amper te zien of dit stress veroorzaakt. De kameleon die lijdt aan stress zal minder tot niets eten, en dit zal de gezondheid van het dier geen goed doen. Het beste is om kameleons in gevangenschap apart te houden en alleen in het paringseizoen de vrouwtjes bij de mannetjes te plaatsen.

Voortplanting: De vrouwtjes krijgen vijf tot twintig jongen, de eitjes komen al in de buik uit.

Hanteren: zorg dat je handen en het dier besproeid zijn met water, hierna kan je ze af en toe voorzichtig op je hand zetten.

Voeding: fruitvliegjes, sprinkhanen, krekels en wormen.

Bijzonderheden: Deze bijzondere dieren verschieten van kleur waardoor ze zeer moeilijk te spotten zijn als je naar ze op zoek bent. De kleurverandering vindt plaats door de pigmentcellen in de huid te herverdelen, tot de gewenste kleur bereikt is. Nog een bijzonder feitje over deze fascinerende dieren is dat ze eierlevendbarend zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.